bewaar

  • Deze Bellefleur is een geurige, middelzoete handappel. Zijn aromatische, zachte vruchtvlees maakt de Blyers Bellefleur een echte suikerappel. Het ras is bekend sinds het begin van de twintigste eeuw.

  • In het begin van de twintigste eeuw kwam deze appel veel voor in de IJsselstreek. Later is hij verspreid over het hele land, maar gedijde het beste in het zuiden.

  • De Bramley’s seedling is een van oorsprong Engelse moesappel. Het moet nog voor 1813 geweest zijn dat Betty Brailsford de zaailing aantrof in haar tuin aan de Church Street in Southwell. Door haar toedoen zijn wij deze Goliath onder de appels rijker geworden. Goliath, omdat zowel de appels als de boom zeer groot kunnen worden.

  • Deze soort is waarschijnlijk afkomstig uit Frankrijk waar de appel al in 1771 wordt beschreven in een fruit catalogus. Ook in Duitsland heeft deze appel veel furore gemaakt. 

  • In Coelhorst kruiste Jan Kaas bij zijn boerderij 'De Bik', in 1934, een Rode Jonathan met een dubbele Bellefleur. De daaruit ontstane variëteit noemde hij de Coelhorster appel. De boompjes werden geliefd in de omgeving van Coelhorst.

  • De Court Pendu Rouge wordt al in 1613 beschreven. Deze van oorsprong Duitse boom werd ook in Nederland en Belgie aangetroffen. Hij moet populair geweest zijn. De boom heeft vele goede kwaliteiten.

  • De Dijkman’s Zoet is een heel oud appelras. Oorspronkelijk is het afkomstig uit de Betuwe, in de buurt van Maurik of Wijk bij Duurstede. Deze appel is zeer geschikt voor de ouderwetse stamppot 'hete Bliksem'. Met zijn stevige zoete vruchtvlees geeft hij daar een zeer goede structuur aan.

  • Deze Bellefleur vormt grote geel oranje appels. Zijn oorsprong ligt waarschijnlijk in Nederland of Belgie. De appel werd in heel Nederland gekweekt. Op humusrijke grond die niet te nat mag zijn doet deze boom het het beste. Natte voeten maken hem gevoelig voor vruchtboomkanker. Verder is hij resistent voor alle gangbare ziektes. Het is een gezonde boom. 

  • De reinette de France is oorspronkelijk afkomstig uit Frankrijk. Hij doet het goed op zowel lichte als zware grond. Hij vraagt wel wat humus om goed te kunnen groeien. De boom is kruisbestuivend en heeft andere appelbomen nodig om tot goede vruchtzetting te komen (zie bestuivingstabel).

  • De Karakter Renet kent vele andere benamingen die allemaal verwijzen naar de bijzondere tekening op de fijne dunne schil. Op de schil is een bijzonder fijn, goudkleurig bruin, netwerk van lijnen te zien, alsof hij in een gouden drapering, drap d’or, of een netje zit. De benaming netjes appel wordt hierdoor duidelijk. Het bijzondere uiterlijk maakte hem een geliefde appel. 

  • De Keuleman is al in de 17e eeuw een bekend ras. De appel is waarschijnlijk via Duitsland in Limburg terechtgekomen. In Duitsland werd er cider uit de oogst geperst.

  • Deze mooie, groen-gele, appel werd als eerste in Zundert gekweekt door Pierre Lombarts in 1906. In 1910 bracht hij de appel in de handel. Vooral in Zeeland werd dit ras zeer populair, zowel als hoogstam als in struikvorm.

  • De Ontario is een flauw zuur, iets kruidig smakende appel. Hij is zowel voor de hand als voor de moes goed bruikbaar. 

  • Professor Scheidler van Gent schreef in 1950 dat de Parmentier Reinette tussen 1832 en 1835 werd ontdekt door Parmentier te Enghien.

  • De Ribston Pippin wordt sinds 1874 gekweekt. Hij is wijd verspreid geweest in Duitsland, Frankrijk, Amerika en Nederland.

  • De Rode ijzerappel is afkomstig uit Belgie, uit de provincie Luik. Meneer Drisket heeft hem daar in 1870 ontdekt. Sinds dat jaartal geeft de boom jaarlijks mooie harde rode appels die zeer goed houdbaar zijn.

  • De Rode Jonathan is al voor 1826 als zaailing door Philip Rick gewonnen in de U.S.A. nabij Woodstock. Hij is vernoemd naar Jonathan Hasbrouck.

  • De Schone van Nordhausen is als zaailing ontdekt door hovenier Kaiser uit Nordhausen. De boom bleek lekkere zure appels te geven die heel lang bewaard kunnen blijven, zonder rimpelig te worden.

  • De Zoete Ermgaard is een heel oud Hollands appelras. Al in 1864 werd er voor het eerst over dit rode zoete appeltje geschreven. Vooral in Noord- en Zuid-Holland is deze boom vaak te zien geweest. Nu zijn er nog maar enkele exemplaren van over.

  • Deze zoete appel is al bekend in de achttiende eeuw. Hij wordt als een fijne appel voor moes beschreven, maar is ook, nadat hij nagerijpt is in december, fijn en zacht van smaak om zo uit de hand te eten. Het is een zeer goede bewaarappel.

  • De Zoete Hollaert is een middelgrote appel van een zeer oud ras, rond 1760 kende men hem al. Het vruchtvlees is zacht, wat in die tijd zeer gewaardeerd werd. Het is een erg lekkere appel. Geplukt aan het eind van de herfst is hij houdbaar tot april.

    De boom vormt mooi stevig hout. Hij doet het het beste op wat droge grond. Hij geeft geen grote oogsten maar doet dit wel ieder jaar.

  • De Zoete Kroon werd rond 1870 ontdekt door meneer Brouwer in Noordbroek. In de tuin van mevrouw Van der Molen-Stelmaker zag hij dit boompje staan. Hij vernoemde de appel naar zijn vrouw Jantje Kroon. Het werd de meest geteelde appel in het Noorden van Nederland.

  • Het is een mooie grote appel, diep donkerrood met wat groenig vruchtvlees. Hij smaakt zo van de boom zacht zuur, maar wordt na bewaring zoeter. De appels kunnen wel bewaard worden tot mei!

  • Het Zoete Veentje is een heel oude soort. Al voor 1700 werd de appel beschreven. Het is een klein zoet moesappeltje wat het ook heel goed doet in de appeltaart of hete bliksem.

    Het vructvlees is stevig. Je kunt hem goed bewaren.

  • Het Zomer Sijden Hemdje is een zeer mooie, oude handappel. Hij is nu nog sporadisch te vinden. De naam verwijst naar het fraaie bedauwde uiterlijk van de vrucht. Het appeltje voelt aan als zijde.

    Het Sijden Hemdje kent drie types appels waarvan de naam verwijst naar de rijping van de vrucht. Het gele, fijne, zachte vruchtvlees is zacht zuur, aromatisch en heerlijk van smaak. Zelfs gekneusde vruchten kunnen bewaard worden: er komen geen rotte plekken, maar de beurse plekken verkurken.
    De boom is sterk en doet het op alle grondsoorten goed. De grond mag alleen niet te nat zijn.

  • De Zure Paradijs is een zeer oude moesappel, waarvan de herkomst onbekend is. Het is een grote prachtig donkerrode vrucht. Hij lijkt veel op de Zoete Paradijs, maar is zuur.