vroeg

  • Dit oude engelse ras is al sinds 1740 bekend. Oorspronkelijk werd een zaailing gevonden nabij het paleis van Blenheim. George Dempster, een kleermaker, zag de bijzondere kwaliteiten van de zaailing.

  • Dit zeer oude ras was al bekend aan het begin van de zeventiende eeuw. De grote gele appels hebben een gladde wat vettige schil. Het vruchtvlees is zacht en heeft een zachte smaak. 

  • De James Grieve is ontstaan uit een kruising van de Pott’s Sudling en de Cox Orange Pippin. De Schot James Grieve ontdekte hem en gaf aan de zaailing zijn eigen naam. De firma Dickson in Edinburgh nam de appel in 1890 in productie.

  • De rode tulpappel dankt zijn naam aan de vorm van zijn vruchten. Als je hem aan het steeltje vasthoudt en omkeerd lijkt het precies een tulp die op het punt staat open te gaan. Het is een heel oud ras. Hij werd al beschreven in de zeventiende eeuw.

  • In 1838 wer deze boom als zaailing ontdekt in Idaho, Amerika. De boom bleek al heel vroeg in het jaar mooie rode appeltjes te geven en werd zo de 'earliest'. Het vruchtvlees is knapperig en heeft een goede lichtzure smaak. In 1944 werd het ras op de markt gebracht. Helaas is dit appeltje maar kort te bewaren, zo’n drie weken. Daarna gaat de lekkere smaak er af. 

  • De transparant Blanche is beter bekend onder de naam 'oogstappel'. Deze appel is namelijk al vroeg rijp, in de oogstmaand juli. De schil is licht van kleur, bijna doorzichtig, vandaar de Franse naam.

  • De Zoete Rode Joop kan bij een goede zomer al in augustus rijp zijn. Met hun gladde rood glanzende schil zijn het mooie, middelgrote appeltjes. Door steeds de mooiste bloedrode appels te plukken kan je de oogst spreiden tot oktober.

  • De Zoete roemeling is een appel die al vroeg in het jaar rijp is. Hij is lekker om er moes of appeltaart mee te maken.