6 november

Het einde van het oogstseizoen nadert. Mooi om eens te kijken wat er van ons gedroom geworden is.

De droom: geen boodschappen meer doen

Eind vorig jaar droomden wij nog van leven zonder boodschappen doen. Wij kwamen al een heel eind door te oogsten wat ons voedselbos ons gaf, maar dit bleek onvoldoende voedsel te geven om van te leven. Nu leven wij deze droom en het is geweldig! ’s Avonds als we moe zijn na al het verplanten van bomen loop ik met mijn mandje de heuvel om de wilgencirkel op en oogst uien, prei, biet, wortelen en bladeren van snijbiet en palmkool. Er staat nu zelfs nog spinazie die zichzelf heeft uitgezaaid. Pompoenen liggen in rijen opgestapeld in de schuur. Ik heb bonen gedroogd en ingemaakt, mosterd van onze eigen zaden gedraaid en massa’s courgettes op verschillende manieren in potten verwerkt. De aardappeloogst was enorm. De hele zomer hebben we kunnen genieten van allerlei bladgroenten. Dit voelt zo rijk!

Boodschappen doen we nog wel. Hoewel de poesjes eigenlijk wel genoeg hebben aan de muizen die ze vangen verwennen we ze ook nog met brokjes en ook de honden krijgen gekocht voer. De graanoogst op de rand langs de kwekerij was te klein om de hoeveelheid brood te bakken die wij eten, dus ook meel moeten wij nog kopen. Wij eten kaas en gebruiken yoghurt. Het terrein is ongeschikt om er een koe of melkgeit te houden. Er is te weinig gras en deze dieren eten ook graag bomen wat niet handig is in de kwekerij. Ook voor melk zijn wij nog niet zelfvoorzienend.

Natuurlijk dromen we om zelf te kunnen melken en genoeg graan te hebben om mee te bakken.

Denken: het experiment

Het was super leuk en leerzaam om precies bij te houden wat ik zaaide, wanneer een waar. Ik zaaide op de, volgens de bd kalender, juiste tijdstippen en op hele foute dagen. Ik zaaide planten naast elkaar die elkaar zouden helpen en planten die een hekel hebben aan elkaar. Ik maakte plantbedden met aangepaste bemesting en plantbedden op de grond die ons land te bieden heeft, en ja, de boeken hebben gelijk! Het heeft zin om op de juiste dagen te zaaien en te planten, als het weer mee zit tenminste. Het scheelde echt enorm in grootte en hoeveelheid opbrengst per plant als ik ze samen zette met andere, bevriende, planten. Ik heb weinig gemerkt van de negatieve invloed van planten op elkaar, maar een rijtje worteltjes met goudsbloem groeide wel veel groter en beter dan een rij met alleen maar worteltjes.

Wat ik niet bedacht had was dat door het verschil in hoogte, de heuvel is zo’n twee meter hoog vanaf het maaiveld, ook verschil in groei te merken was. De hoger gelegen gewassen groeiden vooral in het begin van het seizoen veel harder. Hierdoor kon ik in één keer zaaien toch weken achter elkaar rijpe peultjes oogsten bijvoorbeeld.

De drukte op het terrein maakte ook dat ik niet altijd op tijd was met het verplanten van zaaigoed. De pompoenen waren begin juni nog te klein om tussen de bomen te zetten en eind juni te groot. Ik heb ze laten staan….Hierdoor werd de heuvel totaal onbegaanbaar voor andere plukkers. Ik kon de paden nog wel vinden, maar oogsten werd een hele klus.

Ook de oesterzwammen oogst overtrof al onze verwachtingen. Het lukte om zelf broed te maken en dit weer door te kweken. Ik gebruikte de zwammen vers en droogde ze voor later gebruik. Qua eiwit voorziening was dit zeker geslaagd, maar we moeten nog op zoek naar nieuwe recepten. Het waren er gewoon te veel!

De walnoten en hazelaars dragen nog niet. Sojabonen geven een grote productie maar krijgen de kans niet om rijp te worden. De muizen vinden ze geweldig en bijten ze af voordat ze de kans krijgen om hun boontjes groot te laten worden. Kortom, die planten we niet meer.

De kas, gemaakt van een kozijn met raam, geleund tegen de zijmuur van de schuur, leverde veel tomaten en geeft, nog steeds, mooie olijfkomkommertjes. Voor paprika en peper is hij niet geschikt. De plantjes blijven erg klein en geven geen vruchtjes. Ik had ook pepers en paprika’s in pot gezaaid en bij het raam in Wageningen gezet. Deze hebben wel gedragen, maar omdat we te weinig “thuis” zijn hebben ze af en toe te weinig verzorging gehad. De oogst was minimaal.

Doen: de toekomst

We zijn zo blij met alles wat Op Goede Grond ons geeft. De planten, de dieren, al die geweldig mooie mensen die wij mogen ontmoeten en met ons mee genieten. Eigenlijk zijn we helemaal tevreden.

Kanttekening is wel dat we iedere week heel veel kilometers maken om op het land te kunnen zijn. Tussen Wageningen en Rijsbergen ligt anderhalf uur snelweg. We besloten te gaan verhuizen. Het liefste wilden we voor altijd in de schuur gaan wonen. Dit bleek niet mogelijk. In een goed gesprek met de betrokken ambtenaar bleek dat onze schuur een veldschuur is en dat je daar nooit een woonbestemming op kunt krijgen. Wat nu?